WMO

De WMO, Wet Maatschappelijke Ondersteuning, zorgt ervoor dat iedereen zo lang mogelijk zelfstandig kan blijven wonen. De Wmo is van kracht sinds 1 januari 2007 en verving de Welzijnswet, de Wet voorzieningen gehandicapten (WVG) en delen van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). De gemeenten voeren de Wmo uit. Zij hebben veel beleidsvrijheid om de uitvoering zelf vorm te geven waardoor de uitvoering per gemeente kan verschillen.
 
Voor wie is de Wmo?
De Wmo is er voor mensen met een beperking, bijvoorbeeld door ouderdom, chronische ziekte, handicap of psychische problemen. Gemeenten zijn verplicht hun inwoners te compenseren voor deze beperkingen. Iedere gemeente doet dat op haar eigen manier.
 
Hoe kom ik in aanmerking voor de Wmo?
De gemeente bepaalt of u in aanmerking komt voor ondersteuning vanuit de Wmo. Elke gemeente stelt hiervoor zelf voorwaarden vast. De gemeente kan u vragen mee te werken aan een onderzoek om te beoordelen welke voorziening in uw geval nodig is. Dat onderzoek wordt uitgevoerd door een eigen deskundige van de gemeente of bijvoorbeeld via het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). 
 
Moet ik betalen voor mijn Wmo-voorziening?
Ja, vaak moet u een deel van de kosten betalen: de eigen bijdrage. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van uw verzamelinkomen: hoe hoger uw inkomen, hoe hoger de eigen bijdrage. Naar uw vermogen (eigen huis, spaargeld) wordt niet gekeken. Gemeenten bepalen zelf de hoogte van de eigen bijdragen; per gemeente kan dit dus verschillend zijn.
 
Waar kan ik met mijn vragen over de Wmo terecht?
Bij het Wmo-loket van uw gemeente. Ook voor informatie, advies of hulp kunt u naar het Wmo-loket. Bijvoorbeeld als u moeite heeft met het invullen van een Wmo-formulier of het vinden van de juiste hulp.