Flora- en faunaonderzoek: eerst de natuur, dan woningverbeteringen
Voordat we starten met woningverbeteringen, zoals groot onderhoud of verduurzaming, doen we altijd eerst een flora- en faunaonderzoek. Dit onderzoek is belangrijk om in kaart te brengen welke planten en dieren in de omgeving leven en om ervoor te zorgen dat onze werkzaamheden geen negatieve impact hebben op beschermde diersoorten.
Waarom is dit onderzoek nodig?
Veel dieren maken gebruik van gebouwen en woningen als schuil- of broedplek. Zo nestelen sommige vogels onder dakranden en overwinteren vleermuizen in spouwmuren. Volgens de Wet natuurbescherming mogen we deze soorten niet zomaar verstoren. Daarom controleren we of er beschermde dieren aanwezig zijn voordat we beginnen met onderhoud of verduurzaming.
Hoe werkt een flora- en faunaonderzoek?
Misschien heb je ze wel eens gezien: onderzoekers in opvallende hesjes die met speciale apparatuur rond woningen lopen. Dit gebeurt vaak vroeg in de ochtend of juist ‘s avonds, omdat veel dieren juist dan actief zijn. Tijdens het onderzoek wordt gekeken of er sporen zijn van beschermde diersoorten, zoals nesten, uitwerpselen of geluiden die duiden op vleermuizen.
Wat gebeurt er als er beschermde dieren worden gevonden?
Als blijkt dat een woning of gebouw een verblijfplaats is voor beschermde dieren, moeten we extra maatregelen nemen. Dit kan betekenen dat we werkzaamheden uitstellen tot na het broedseizoen of dat we alternatieve nest- of verblijfplaatsen creëren. Zo houden we rekening met de natuur en zorgen we ervoor dat woningverbeteringen op een verantwoorde manier worden uitgevoerd.