Vanaf 2026 geldt dat een sociale huurwoning een woning is met een kale huurprijs onder €932,93. De inkomensgrenzen voor toewijzing van sociale huurwoningen stijgen ook. Voor alleenstaanden ligt de grens in 2026 op €51.537 en voor meerpersoonshuishoudens op €56.910.
Voor sommige woningen kunnen we de huurprijs verlagen via het tweehurenbeleid. Als dit van toepassing is, wordt dit altijd duidelijk vermeld in de woningadvertentie. Voor huishoudens met een lager inkomen gelden andere maximale huurprijzen. Voor één- of tweepersoonshuishoudens is de maximale huur in 2026 €713,02 en voor grotere huishoudens €764,14. Deze grenzen zorgen ervoor dat woningen voor mensen met een lager inkomen betaalbaar blijven.
In 2026 geldt dat een huishouden een lager inkomen heeft als het inkomen niet hoger is dan €29.400 voor eenpersoonshuishoudens en €39.925 voor meerpersoonshuishoudens. Voor ouderenhuishoudens gelden iets lagere grenzen. Bij de toewijzing houden we bovendien rekening met de grootte van het huishouden, zodat iedereen een woning krijgt die bij zijn of haar situatie past.
Ook de regels voor huurtoeslag veranderen. De maximale huurgrens vervalt, waardoor huurders met een hogere huurprijs ook huurtoeslag kunnen aanvragen. De leeftijdsgrens voor jongeren gaat omlaag van 23 naar 21 jaar. Jongeren onder de 21 jaar kunnen huurtoeslag krijgen als hun kale huur niet hoger is dan €498,20. Vanaf 2026 tellen servicekosten niet meer mee bij de berekening van de huurtoeslag. De Belastingdienst gebruikt bovendien een nieuwe berekeningswijze die duidelijker laat zien wat een verandering in inkomen betekent voor de huurtoeslag.
Meer informatie over deze wijzigingen vind je